zaterdag, april 01, 2006

Reisverslag Venezuela / Brazilië 2005

Donderdag 16 juni. Nog 1 week te gaan en dan is het zover... Arno en Marijke op weg naar Brazilië en Venezuela voor een 25 daagse superreis door de Gran Sabana en Amazone!


Januari 2005
Begin dit jaar waren we plannen aan het maken voor onze vakantie. Brazilië leek ons wel wat. Wat we vooral niet wilde was een groepsreis met een tour langs al die toeristische plaatsen die elke doorsnee toerist al gezien heeft. Op de vakantiebeurs in Utrecht dachten we meer informatie te kunnen vinden over hoe Brazilië te ontdekken. De Pantanal en vooral de Amazone stonden hoog op ons verlanglijstje.


Olaf
Op de vakantiebeurs kwamen we de juiste man tegen. Olaf Hendriksz heeft 4 jaar in Venezuela gewoond, vele groepsreizen

begeleid en heeft nu zijn eigen reisbureau. Hij is vooral gespecialiseerd in het organiseren van reizen op maat. Alles is mogelijk. Alle vragen die we konden bedenken kon hij beantwoorden. Dat klonk goed. We beloofden contact met hem op te nemen.
Klick op het Olaf Reizen logo om naar Olaf zijn site te gaan!


v. Humboldt
Na een aantal weken later wat heen en weer gemaild te hebben besloten we onze reis bij Olaf te boeken. Deze reis ging er anders uitzien dan we oorspronkelijk bedacht hadden. Olaf was bezig met het organiseren van een bootreis die de Duitse ontdekkingsreiziger v. Humboldt van 1799 tot 1804 maakte. Een bootreis van de Orinoco rivier in Venezuela via de Casiquiare en de Rio Negro naar de Amazonerivier in Brazilië. Waar v. Humboldt dit in een uitgeholde boomstam deed en er bijna 5 jaar over deed, gaan wij dit met een motorboot met slaapplaats voor 10 personen doen in "slechts" 10 dagen.


Bijzondere tocht
Wat deze tocht zo bijzonder maakt is het feit dat er maar erg weinig toeristen zijn die deze tocht ooit gemaakt hebben. Het is een moeilijk bereikbaar stuk regenwoud en kan alleen gevaren worden als het regenseizoen is in Venezuela. De Casiquiare rivier kan, als 1 van de 2 rivieren op heel de wereld, 2 kanten op stromen. Deze rivier loopt van noord naar zuid dichtbij de evenaar. Omdat het regenseizoen ten noorden van de evenaar tegenovergesteld is aan het regenseizoen ten zuiden van de evenaar, en daarmee dus ook de waterstanden, stroomt de rivier 2 kanten op. Dieren en planten van het noordelijk en zuidelijk halfrond worden dus gemixt.
Een bijzondere tocht die we niet willen missen. Deze tocht combineren we met een week in de Gran Sabana met zijn uitgestrekte wouden, vlaktes en tafelbergen. Afsluitend komen we een aantal dagen tot rust op de prachtige stranden aan de kust van Brazilië, dichtbij Recife.


3 weken voor de start van de reis – slecht bericht
Olaf zou het hele Gran Sabana stuk en de v. Humboldt tocht met ons meereizen. Hij wilde deze reis als pilot laten gelden voor eventuele komende reizen. Ideaal voor ons. Olaf is een goed verteller en heeft een hoop kennis van de Gran Sabana omdat hij daar 4 jaar gewoond heeft. Daarnaast heeft hij een hoop kennis van Venezuela en Brazilië in het algemeen. Een vervelende gebeurtenis gooit echter roet in het eten. Olaf belt ons om te vertellen dat hij wegens familie omstandigheden niet mee kan. Een teleurstelling voor Marijke en mij, maar vooral voor Olaf zelf. Hij keek net als ons zeer naar deze reis uit.
Olaf wilde ons niet “alleen” laten gaan en regelde het volgende:

Een Nederlander genaamd Martijn Menke zal ons vergezellen tijdens het Gran Sabana gedeelte van de tocht. Martijn heeft een reisbureau in Sao Paulo en heeft zodoende een hoop kennis van Brazilië en beheerst de taal. We ontmoeten hem op dag 2 in Manaus. Klick op het JacaréTravel logo om naar Martijn zijn website te gaan!

Verder zullen een journalist van National Gheographic en een fotograaf ons vergezellen tijdens de v. Humboldt tocht. Zij zullen naar alle waarschijnlijkheid een reportage maken van de tocht. Gezien het feit dat Marijke en ik zeer fotogeniek zijn en vooral interessant om over te schrijven, kan het natuurlijk niet anders dan dat er over ons geschreven en gepubliceerd gaat worden ;-)


Ontmoeting
Zaterdag 10 juni ontmoeten we bij Olaf thuis de fotograaf, Ronald, met wie we de v. Humboldt route zullen reizen. Een jonge kerel die na een opleiding journalistiek zich vooral bezig houdt met fotografie www.photofactory.nl, voornamelijk om zijn reizen te kunnen bekostigen. Het is gelukkig al snel gezellig dus dat gaat goed komen tijdens de reis. We zien hem over 3 weken.
De journalist is er niet bij. Hij woont in Caracas, Venezuela en is op dit moment in Brits Guyana voor een artikel. We horen goede verhalen over hem en zijn benieuwd hem te ontmoeten.

We krijgen van Olaf de meeste tickets en spreken de reis nog eenmaal door.

Nog 1 week
Zoals gezegd nu dus nog 1 week wachten voordat het zover is. De laatste voorbereidingen worden getroffen om goed voorbereid op pad te gaan. De schoenen zijn / worden ingelopen, de prikken zijn gehaald en de Malariapillen liggen klaar. Laat 23 juni maar komen…

Nog 3 dagen
Maandag, 20 juni.
Vrijdagavond hebben we toch nog Jeruzalem nikes gekocht. Om nou in het regenwoud constant met dichte schoenen te lopen lijkt ons ook niets. Als die eenmaal nat worden blijven ze ook nat… en voor je het weet heb je Schimpie en z’n vriendjes van de t.v. reclame op bezoek. Die sandalen lopen lekker en luchtig.
Zaterdag beiden nog een afritsbroek en wat andere zaken gekocht. In de uitverkoop. Wat een geluk.
Zondag nog even bij Olaf langs gegaan. We waren toch in de buurt. Nog wat goede tips en andere zaken ontvangen. Thuis staan de laatste wasjes te draaien.
Nu zijn we er echt klaar voor. Waarom duurt het nog 3 dagen?

Donderdag 23 juni
Eindelijk... Vandaag is het zover. M’n pa brengt ons naar Schiphol vanwaar om 12.20 ons vliegtuig vertrekt op weg naar Lissabon. Vandaar vliegen we in 1 stuk door naar Brazilië! De vlucht is lang en saai, as usual. Aan het begin van de avond landen we in Fortaleza, een badplaats aan de kust.

We worden opgewacht door een Engelssprekende vrouw die ons samen met een chauffeur naar ons Hotel aan het strand brengt.

Het hotel is fantastisch. 4 sterren, van alle luxe voorzien. Omdat het in Brazilië 5 uur terug in de tijd is, is het nog redelijk vroeg. Het voelt voor ons echter een stuk later. Na vanaf het balkon wat over het strand, de markt en de stad gestaard te hebben nemen we een lekker warme douche onder de grootste douchekop die ik ooit gezien heb. Direct daarna gaan we naar bed.

Vrijdag 24 juni
Om 06.00 uur gaat de wekker. Even douchen, aankleden en de rugzakken inpakken. Het ontbijt is luxueus. Verschillende soorten broodjes, fruit, sap, zoete Braziliaanse taartjes. Alles is er.

Om 07.00 uur pikt een taxi ons op voor het ritje naar het vliegveld. We stijgen daar op om 08.40 uur en via tussenstops in Belem en Santarem vliegen we in zo’n 7 uur naar Manaus, de hoofdstad van de Amazone. Met zo’n 2 miljoen inwoners is dit voor Braziliaanse begrippen slechts een kleine stad.

Op het vliegveld ontmoeten we Martijn. Een aardige kerel. Na wat beleefdheden uitgewisseld te hebben komt hij met het plan om naar de samenkomst van het water van de Rio Negro en de Amazone te gaan kijken. Nadat we bij een hotel onze bagage gestald hebben, pakken we een taxi naar een klein haventje. Martijn woont inmiddels een jaar in Sao Paulo en spreekt zodoende perfect Portugees. Ideaal want hij regelt alles met het grootste gemak. Na wat onderhandelen gaan we met een klein bootje voor 45 RLS de Amazone op.


De samenkomst van de wateren is een bijzonder verschijnsel. Het donkere water van de Rio Negro stroomt naast het bruine water van de Amazone. Het stroomt zo kilometers naast elkaar zonder te mengen. De voornaamste oorzaak is de verschillende snelheid van het water.

We hebben geluk. Tijdens het kijken naar de samenkomst van de wateren zien we heel even een roze dolfijn boven komen. Wat een aparte kleur! Hopelijk krijgen we er tijdens deze reis nog veel meer te zien.

We varen een zijtak van de rivier op. Naast woonboten liggen viskwekerijen in de Amazone. De mensen hier kweken een prehistorische vis die wel 1.80 meter lang kan worden. De grootste vissen op de kwekerij zijn zo’n 60cm lang en zo’n 30 kilo zwaar. Ze leveren elk 30RLS per kilo op. Het minimumloon in Brazilië is 300 Reals per maand. 1 vis levert dus 3 maandlonen op. Bedenk wel dat het zo’n 5 jaar duurt voordat de vis zo groot is.

In de stad teruggekomen eten we vis en drinken bier. We pikken onze tassen op en arriveren vroeg op het vliegveld. Daar blijkt dat onze vlucht een uur vertraging heeft. Na 3 uur wachten en enkele schildpadden te hebben gevangen uit de vijver voor het vliegveld, vliegen we naar Boa Vista.

Boa Vista is een stad in het noorden van de Amazone met zo’n 70.000 inwoners. Eric, onze Duitse gids, haalt ons op met zijn Jeep en zet ons rond 02.00 uur af bij het hotel alwaar we snel gaan slapen.

Zaterdag 25 juni
Om 09.30 uur verschijnen we aan de ontbijttafel waar Martijn en Eric al zitten te wachten. Vandaag rijden we met de Jeep van Eric naar Santa Helena. Een Venezuelaans grensstadje waar Eric woont. Een prachtige rit van 3 uur geeft ons een klein voorproefje van wat de Gran Sabana ons geven gaat. Uitgestrekte groene vlaktes met hier en daar een heuvel. Het is flink warm. Naar mate we verder rijden komen we steeds hoger boven de zeespiegel. De Gran Sabana is een hoogvlakte van zo’n 900 meter hoog.

Na de grens gepasseerd te zijn en de nodige stempels te hebben ontvangen gaan we naar Erics huis. Daar worden we rondgeleid. Eric bouwt zijn eigen lodges en hoopt over een jaar zijn eerste gasten te mogen ontvangen. Na de rondleiding gaan we richting de lodge waar wij zullen overnachten. Wegens een jaarlijks terugkerend motorspektakel zijn alle lodges vol. Daarom slapen Arno en Marijke in een andere lodge dan Martijn.

Om 15.00 uur zijn we op onze riante kamer en vallen direct in slaap. Rond 19.00 uur schrikken we wakker en besluiten wat te gaan eten in het restaurant. Aldaar maken we met handen en voeten duidelijk dat we willen eten. De keuze is pizza of pizza. We besluiten pizza te nemen. Deze moet worden besteld! Hmm. Na het eten werken we aan ons Spaans door wat tv te kijken en gaan we algauw naar bed.

Zondag 26 juni
Vandaag begint daadwerkelijk onze grote tour door de Gran Sabana. 07.00 uur de wekker, 8 uur het ontbijt en om 9 uur is Eric er al om ons op te halen. Eerst gaan we benzine tanken. Omdat een liter benzine in Venezuela slechts 4 dollarcent(!) kost, komen ook veel Brazilianen hier tanken. De rij voor het benzinestation is de langste die ik ooit gezien heb en alles wordt begeleid door militairen. Het moet zeker een dag duren voordat we aan de beurt zijn. Gelukkig weet Eric de soldaten duidelijk te maken dat een dag wachten met toeristen niet kan en we mogen voor. Voor 2 ½ dollar gooit hij de tank vol.


Om 09.30 uur pikken we Martijn op en rijden we in een half uur naar het Canaima reservaat. Dit reservaat is volledig van indianen. Wij mogen het bezoeken maar als je geen Indiaan bent, mag je je er niet vestigen. De wijde vlaktes om ons heen zijn onbeschrijfelijk. Zo ver je kunt kijken... Hier en daar een plukje palmbomen ten teken dat daar water is. In de verte zien we Tepuis, hoge tafelbergen die boven alles uitsteken. Hun top bevindt zich vaak in de wolken. Deze tafelbergen zijn zeer waarschijnlijk het oudste stuk land van de wereld. Onderdeel van het Guayana schild dat later gescheiden werd door de splitsing van Zuid-Amerika en Afrika. Het is vaak onmogelijk om de Tepuis te beklimmen. Om er bovenop te komen moet je met een helikopter worden afgezet. De hoeveelheid nog niet ontdekte planten en dieren die daar te vinden zijn schijnt ontelbaar te zijn.

Wij rijden over een lange rechte weg lekker door. Hier en daar stoppen we om te genieten van de fantastische vergezichten. Tijdens de rit maken we grappen met Martijn en Eric. We hebben het echt getroffen want het is vanaf het begin af aan al volop gezellig. Eric weet een hoop van het gebied en vertelt veel. Hij laat ons alle bijzondere plaatsen zien. We stoppen bij een waterval waar de rivierbedding van rood edelsteen is. Erg mooi en bijzonder.

Het hoogtepunt van de dag is de enorme waterval van 45 meter hoog en zo’n 200 meter breed. We trekken onze kleren uit en op sokken lopen we over de glibberige rotsen naar de waterval. Daar duiken we onder het vallende water door en komen tot achter de waterval. Echt een unieke ervaring. Klimmend over en duikend onder rotsblokken door komen we zeker tot halverwege de waterval!

We vervolgen onze weg, schieten heel wat plaatjes en lunchen onderweg bij een klein restaurantje. Heerlijke pasta. Laat in de middag drinken we een biertje op een hoge heuvel, bij een nog niet voltooid huis. Het staat hier al jaren. Het opperhoofd dat hier ooit begonnen is met bouwen heeft het nooit afgemaakt. Dat lijkt typisch Venezuelaans.
Verder bezoeken we een missionarispost / dorpje, we nemen spectaculaire hellingen met de Jeep en leggen de laatste 6 km stapvoets af wegens het hobbelige pad wat eigenlijk de bedding van een rivier is. De plaats waar we uitkomen is uniek. Mantopai.


Zo’n 10 hutjes gebouwd in Indiaanse stijl met vlakbij een riviertje, tafelbergen en een superuitzicht. Wat een plaats voor een lodge. We blijven hier 2 nachten! De indianen die deze lodge beheren koken ’s avonds heerlijk voor ons. Eric en Martijn maken een fles rum soldaat. Marijke en ik houden het op bier. Eric kan goed vertellen over de vele reizen die hij heeft gemaakt naar alle delen van de wereld. Het is laat als we ons bed induiken. Wat een fantastische dag.

Maandag 27 juni
Om 07.30 uur worden we wakker en kruipen uit ons bed en vanonder de klamboe. Douche en toilet zijn in het hutje. Ideaal. Van de douche maken we geen gebruik vanochtend. Op 100 meter ligt de rivier en samen met Martijn nemen we een duik. Kkkkkoud! Daar worden we wakker van.

Na het ontbijt maken we een wandeling van zo’n 2,5 uur. Eerst de heuvels op, wat prachtige vergezichten opleverd. Vervolgens het woud in. We zijn hier in goed gezelschap. De Indiaan die de tocht begeleid en Eric weten een hoop van de planten en dieren. Martijn is bioloog en weet dus ook flink wat te vertellen. We lopen langs kleine riviertjes, steken deze over met een kano en zien de plaatsen waar de indianen hun voedsel verbouwen, canuco’s. Eenmaal in het kamp gekomen hebben we lunch. Na een middagdutje lopen we de rivier een stuk stroomopwaarts en zwemmen wat. Eric weet een goede glijbaan, uitgesleten van steen in de rivier. Op de blote billen gaat het het snelst!

’s Avonds houden we een barbecue, genieten van de zonsondergang en drinken het laatste bier en de rum op.

Dinsdag 28 juni
Op tijd uit bed, ontbijt en op weg. We hebben zo’n 2 uur nodig tot onze volgende stop. Hier stappen we in een bongo (een lange kano, gemaakt van een uitgeholde boomstam) voor een tocht over de rivier van zo’n 20 minuten. We leggen aan en lopen een stuk. Een prachtige waterval is onze beloning. Deze is 107 meter hoog en er komt flink wat water naar beneden. Echt top! We genieten een poos van het uitzicht, nemen wat foto’s en vervolgen onze wandeling.

Na zo’n 20 minuten door het woud gelopen te hebben komen we bij een lagune. Een waterval komt uit in een klein meertje, helemaal omringt door hoge rotsen en volop planten en bomen. Een klein paradijsje. Hier zwemmen we een uurtje en wandelen met een boog weer terug naar de kano voor de tocht terug naar de Jeep. We vervolgen onze weg.

Hier moeten we een flink eind rijden. Saai is dit allerminst want het uitzicht is supermooi. Her en der stoppen we om van het uitzicht te genieten. ’s Avonds laat komen we aan in Las Claritas. Een goudzoekerstadje. Ruige jongens in Wild Western straten. Leuk om te zien. Onze lodge is midden in het stadje. Niet spectaculair maar wel met airco, een ventilator en een warme douche!
We eten wat in het stadje en gaan nog wat drinken in de local pub. Geen toeristen te bekennen. Om 22.00 uur sluit het terrein van de lodge en daar drinken we nog wat biertjes. Om 23.00 uur duiken Marijke en ik ons bed in... maar niet voordat de roodverbrande huid behandeld is.

Woensdag 29 juni
Vandaag zijn we een week weg. Het lijkt enerzijds veel korter want de tijd vliegt voorbij. Anderzijds hebben we al zoveel indrukken opgedaan dat Nederland erg ver weg lijkt. Dit is echt een andere wereld. Het is niet voor niets dat een gouverneur de Gran Sabana ooit “the lost world” noemde en dat de gelijknamige film van Jurasic Park hier op de Gran Sabana opgenomen werd. Je kunt hier uren over zandwegen rijden en zover kijken als je kunt zonder iemand tegen te komen. Geen mensen, geen gebouwen of auto’s. Niets.

We staan op, ontbijten met een lekkere omelet en gaan op pad. In het stadje nemen we een zijstraat en komen uit bij de ingang van een goudmijn. We rijden het terrein op. Heel anders dan ik verwacht had. Geen lift naar beneden en donkere gangen. De rode aarde wordt hier afgegraven en gespoeld, op zoek naar de zwaarste stof in de grond, Goud. De kleinere werkplaatsen zijn leuker om te bezoeken. In een gat in de grond wordt water gepompt zodat de aarde in modder verandert. De modder wordt opgezogen en bovenop een soort glijbaan, in een grote ton gespoten. Alleen de zware stoffen, goud en eventueel grote stenen, blijven in de ton liggen. Het modderwater spoelt er weer uit. Al het stofgoud dat eventueel mee spoelt blijft op de glijbaan, die bekleed is met kleverige bladeren, plakken. Hele stukken regenwoud worden gekapt en de grond wordt verwoest achtergelaten. Dit is gelukkig wel een milieu vriendelijkere manier dan het smelten van goud in kwik. Daarbij komen ook nog eens flink wat giftige stoffen vrij.

We gaan weer op want moeten vandaag een enorm eind rijden. De weg is lang en recht met hier en daar een gat in de weg. Af en toe komen we een auto of truck tegen. In een stadje kijken we naar goudklompjes. De prijs is goed maar de klompjes, goldnuggets, niet erg groot. Er worden ook zelfgemaakte goudklompjes verkocht maar deze zien er lang niet zo mooi uit als de echte. De echte zijn 24 karaat, de gemaakt zijn 18 karaat. Dat zie je aan het kleurverschil. We besluiten niets te kopen.

Een stadje verderop eten we wat in een restaurantje, druk bezocht door locals. Dat is vaak de beste reclame. Het eten is perfect zoals eigenlijk altijd tot nu toe tijdens deze reis. De rest van de middag hebben we nodig om op de plaats van bestemming te komen.
We passeren de gevangenis in El Dorado waar Papillon zijn laatste dagen in gevangenschap heeft doorgebracht, voordat hij werd vrijgelaten. Hij is hierna een restaurant begonnen in Caracas. Papillon leeft niet meer en het restaurant is inmiddels gesloten.
Ook de brug die in het boek wordt beschreven komen we tegen. We maken wat foto’s en rijden er overheen.

’s Avonds als we bijna op de plaats van bestemming zijn rijden we door een arme arbeiderswijk dichtbij Ciudad Bolivar en vragen ons af wat er van de lodge moet worden.
We stoppen voor een hek en een Venezuelaan laat ons binnen. We rijden een prachtig park op. Posada La Casita.


Huisjes, hutjes, een overdekte plaats met hangmatten en stapelbedden. Een zwembad, een omheinde plaats met wat dieren en een gezamenlijke overdekte plaats waar gegeten, pool en darts gespeeld kunnen worden. De koelkast is vol bier en frisdrank. Help jezelf. De huisjes zijn ruim vanbinnen met Airco en ventilator. Heerlijk, wat een prachtige plaats.

Ronald de fotograaf en Jeroen de journalist zijn hier al. Ik had ze pas later verwacht te ontmoeten in Puerto Ayacucho maar zij komen net van het kamp van Jungle Rudy, Ucaima. We maken kennis en wisselen wat verhalen uit over wat we de laatste dagen allemaal gedaan hebben. Verder eten we lekkere vis, drinken een paar biertjes en kletsen wat met een paar Texanen. Om 23.00 uur gaan we naar bed.

Donderdag 30 juni
Om 07.00 uur hebben we afgesproken aan de ontbijttafel. Jammer dat wij ons een uur vergisten en reeds om 06.00 uur present waren.

Om 08.30 uur vertrekken we met de Jeep na afscheid te hebben genomen van Martijn. Hij gaat hier nog 2 dagen naar Ucaima en dan terug naar Sao Paulo. Eric zal ons samen met Ronald en Jeroen naar Puerto Ayacucho brengen. Een rit van zo’n 700 kilometer. De eerste 500 km zijn goed te doen. De laatste 200 echter een drama. De weg is erg slecht. Gelukkig is Eric een goede chauffeur.

Het kamp waar we aankomen, Orinocia, ziet er prachtig uit. Het ligt op een rots langs de Orinoco rivier. Sommige huisjes staan zo aan het water. De lodges zijn grappig ingedeeld. Beneden de ingang met een opening naar de badkamer en de trap naar boven. De muren zijn halfhoog zodat de wind vrij door het huisje kan blazen. De overdekte ruimte om te eten is ruim en leuk ingericht. Veel riet en hout en comfortabele banken met tafeltjes om tijdens de lange avonden of tijdens slecht weer heerlijk te relaxen.

Wij zijn moe van de lange rit van vandaag en gaan vroeg naar bed.

Vrijdag 1 juli
Na ontbeten te hebben met toast en roerbakei worden we al om 09.30 uur in Puerto Ayacucho afgezet. Daar kunnen we wat inkopen doen voor de boottocht die morgen start. We kopen pruimtabak, spiegeltjes, kammen en aanstekers om bij de indianen te kunnen ruilen tegen spullen of om foto’s te mogen maken. In een internetcafé doen we er een uur over om 1 mail te versturen. Nogal frustrerend. Na geluncht te hebben gaan we terug naar het kamp.

In het kamp blijken zowel Marijke als ik aan de diarree te zijn. Later blijkt dat ook Ronald en Jeroen ziek zijn. Waarschijnlijk de roereieren van vanmorgen. Heel de middag blijven we op bed. ’s Avonds ga ik nog wel wat eten maar blijft Marijke op bed. Een glas pure citroensap zou helpen tegen de diarree komt er bij Marijke direct weer uit. Marijke is echt beroerd. We nemen wat diarree remmers en gaan vroeg slapen.

Zaterdag 2 juli
Om 05.00 uur gaat de wekker. We zijn beiden nog ziek. Toch pakken we de tassen en gaan om 06.00 uur mee met een Jeep richting het haventje van vertrek. Een rit van zo’n 45 minuten. In het haventje ontmoeten we de kapitein en blijkt dat onze chauffeur van vandaag ook Nederlands spreekt. Hij heeft zo’n 7 jaar in Amsterdam gewoond. We zien de boot aan de andere kant van de haven al liggen. Dat ziet er goed uit!

De boot, de Yguana, ziet er prima onderhouden, groot en schoon uit. Aan boord zien we Ronald en Jeroen weer die gisterenavond al hierheen gekomen waren. Verder is er een Amerikaan, Mark, van zo’n 180 kilo aan boord. Een hele aardige kerel.
De kapitein, Lucho, is aan boord met zijn vrouw, Natalia, en 3 kinderen. Een oudere zoon van Lucho, van 17 jaar. Kamile van 4 en Johan is net 2 maanden. Natalia spreekt goed Engels. Zij komt oorspronkelijk uit Puerto Rico. Lucho komt uit Venezuela en heeft vroeger met z’n pa, Gulio, de rivieren afgevaren om te handelen, in de goudmijnen gewerkt en vaart nu al zo’n 15 jaar met journalisten en documentaire makers de rivieren in de Amazone af. De eerste 14 jaar in Bongo’s en sinds een jaar met deze boot, de Iguana.
Lucho zijn vader, stuurman nr 1, is samen met een vriend de stuurman van de boot. Om de beurten zullen zij de boot besturen. Gulio heeft maar 1 oog en ze noemen hem ook wel El Pirato ;-)
Stuurman nr 2 heeft zijn vrouw en 3 kinderen bij zich. Verder is er een Yanumami indiaan aan boord die terug gaat naar zijn familie aan de Casiquiare rivier en zijn er 2 bootsmannen, Alexi en Goyo, aan boord die steeds bezig zijn met het schoonmaken van het schip en klussen waar nodig. 2 vrolijke kerels. Met Marijke en mij erbij gerekend zijn we dus met 19 mensen aan boord. Dat lijkt erg veel maar het is redelijk goed te doen.

Omdat Marijke en ik beiden nog ziek zijn duiken we direct ons bed in. Onze hut heeft een stapelbed en een kleine ruimte voor de bagage. Het 2 persoonsbed voor in het schip is voor de Amerikaan. Hij past simpelweg niet op een 1 persoonsbed... Marijke en ik zullen dus een dag of 10 apart moeten slapen. Ik ben 2 meter lang en pas precies op het bed. De hut is prima.
Aan het voeteneinde van onze bedden hangen ventilatoren met mijn naam erop. Gereserveerd zeker ;-) Het houdt de kamer heerlijk koel en de muggen op een afstand. Vooral de kleine zwarte kriebelmuggen zijn erg vervelend. Ze zijn zo klein dat je ze nauwelijks kunt zien. Als ze je bijten dan trekken ze een stukje van je huid af en laten een bloedpuntje achter. Binnen een dag wordt dit een mooie grote rode bult die jeukt als niets anders.

De boot vertrekt net iets na 8 uur in de ochtend voor onze grote reis over de Orinoco, Casiquiare en Rio Negro. Wij maken er weinig van mee. We zijn echt beroerd en slapen nagenoeg de hele dag. Niet erg leuk voor een eerste dag op de boot.

Zondag 3 juli
We voelen ons nog wat slap maar al stukken beter dan gisteren. Voor het eerst maken we een rondje over de boot en kijken eens goed naar de omgeving. We varen nog steeds op de Orinoco rivier met aan onze linkerhand Venezuela en rechts Colombia. We varen steeds dicht langs de oever om de sterke stromingen in het midden van de rivier te vermijden. De rivier kan hier wel 70 meter diep zijn!

’s Morgens leggen we aan in het laatste enigszins moderne plaatsje. Versta onder modern het hebben van auto’s en asfaltwegen. In de winkeltjes zijn normale dingen als rijst en zeep te koop. Onze kapitein Lucho moet de papieren in orde maken met de militairen. Die militairen kom je overal in Venezuela tegen. Checkpoints op de weg en zoals nu langs het water.

Lucho wilde hier ook benzine tanken voor het buitenboordmotortje van de sloep (de grote boot loopt op diesel). De benzine is echter op. Raar want met de enorme tanks langs de rivier zouden ze het makkelijk een jaar moeten kunnen volhouden. Later wordt ons vertelt dat zowel de inwoners van het stadje als de soldaten de benzine verkopen aan Colombia voor de dubbele prijs als waarvoor ze het kopen. Dat is gemakkelijk geld verdienen.

We gaan met een busje op pad naar een rubberboomplantage. Als de bomen 7 jaar oud zijn kan het sap van de boom, de rubber, getapt worden. Een snee in de boom zorgt ervoor dat het rubber in een bakje loopt. 3 bomen geven samen zo’n 1 liter rubber op een dag. De rubber levert goed geld op.

Na het heerlijke middageten, rond een uur of 15.00, zitten we op het dek wat te lezen tot de zon ondergaat, zo rond een uur of 18.00 uur. De zonsondergang is werkelijk prachtig. Honderden kleuren door elkaar die allemaal weerkaatsen in het water met tussen de lucht en het water de uitgestrekte wouden van de Amazone. Een mooie afsluiter van de dag.

Maandag 4 juli
Het is ongelofelijk dat van Humboldt en anderen heel deze reis afgelegd hebben in een bongo. Gewoon peddelend. Heel het stuk tot de Casiquiare rivier is tegen de stroom in. Veel dingen uit het boek “Tussen Orinoco en Amazone” van Redmond O’Hanlon herken ik. De ontberingen die zij moesten doorstaan zijn echt ongelofelijk.

De boot waar wij nu op varen is de enige boot met kajuiten zoals wij die hebben. Andere boten zijn open met een afdakje en hammocks = hangmatten. Gisteren en vandaag zijn we al helemaal geen boten meer tegengekomen. Hier en daar een indianendorp. Meer niet.

Vanochtend zijn Jeroen, Ronald, Mark, Marijke en ik onder leiding van Lucho naar een indianendorp gevaren. Meer dan wat hutten, vrouwen en kinderen was het niet. De mannen waren jagen. Bijzonder om te zien. Deze mensen leven van de jacht en de landbouw. Geld bestaat hier niet. Alles komt uit de jungle. Moeilijk in woorden te beschrijven. Hopelijk zeggen de foto’s meer.

’s Middags bezoeken we een goudzoekerdorpje. Goud zoeken is hier illegaal. Dit is een nationaal park en om goud te vinden moet er elke keer een stuk van een tepui tegen de grond. Tot een aantal weken geleden werd hier nog volop goud gezocht en gehandeld. Onlangs is er echter een comité uit Caracas aangesteld die alle illegalen heeft gearresteerd en meegenomen. Nu leven er slechts nog wat mannen, een aantal gezinnen en wat Colombiaanse prostituees. Allen wachten zij op de dag dat ook de soldaten die nu het dorp onder toezicht houden zullen bezwijken onder de verlokking van het goud. In ruil voor wat goud zullen ze dan wel een oogje dichtknijpen.

Al deze tijd blijft de rivier vrij breed. De kant is wel goed te zien maar alle dieren zijn reeds lang gevlucht voor het gebrom van de motor. We hopen dat de Casiquiare rivier wat smaller is en ons wat vogels en eventueel apen en roze zoetwaterdolfijnen laat zien.

Dinsdag 5 juli
We worden vroeg en ontbijten. Het is vanochtend ietwat donker weer. Om 10 uur stappen we in het snelle kleine bootje en varen we naar een dorpje. Als wij wat gaan bekijken met het kleine bootje, vaart de grote boot meestal gewoon door en halen we deze later weer in.

Het dorpje waar we aanleggen is niet erg veel bijzonders maar Lucho wil ons voorstellen aan iemand van zijn stam. Er leven nog slechts zo’n 1000 mensen van Lucho’s stam en de vrouw waar hij ons aan voorstelt is daar een van. Het dorpje bestaat uit een paar huizen, gebouwd van palen, modder en palmbladeren. Verder een schooltje / feestruimte. We kopen hier wat vis voor de lunch en krijgen zowaar onze eerste regenbui op ons hoofd. Onze kleding is drijfnat maar na 10 minuten varen met de snelle boot alweer kurkdroog.

In de middag is het al snel weer zonnig. “Slecht weer” duurt hier altijd maar kort. We wassen onze vuile kleding, liggen wat in de zon en lezen veel.

’s Avonds leggen we aan bij een Yanomami dorp. Deze indianen leven nog echt primitief. Het is bijna met niets te vergelijken. In Europa kennen we zoiets niet. Huisjes van alleen maar natuurlijke dingen. Hout, riet, modder. Geen schoenen en beperkt kleding. Jagen met speer, pijl en boog en groenten verbouwen ze zelf. Dit werd reeds beschreven door legendarische ontdekkingsreizigers als v. Humboldt en Redmond O’Hanlon.
Dit dorp ligt nog redelijk dicht bij de westerse beschaving en dat is hier toch nog wel terug te zien. De volwassenen dragen T-shirts en een broek of onderbroek. De kinderen dragen vaak niets of weinig. Ik krijg de indruk dat de volwassenen kleding aanhebben omdat wij hier zijn. Ik ben benieuwd wat ze dragen als wij er niet zijn. De Yanomami die op onze boot verbleef komt uit dit dorp. Hij is wees en opgevoed door zijn opa en oma. Hij komt hier om hen te vertellen dat hij in Puerto Ayacucho wil gaan studeren. Hij blijft hier achter.

Dat hier niet veel mensen komen is duidelijk. Al helemaal geen blanke westerlingen. Wij zijn minstens zo’n grote attractie voor de indianen als zij voor ons. Wat wil je ook… Een Amerikaan van 180 kilo, een Hollander van 2 meter en een slanke jonge blonde vrouw met blauwe ogen, een man die heel de tijd met een gek ding lichtflitsen staat te maken en een kerel met een notitieboekje met balpen… het is ook niet niets natuurlijk.

Omdat het al donker is gaan we maar bij 1 familie op bezoek. Donker is daar ook echt donker. Geen hand voor ogen kunnen zien. Bij de familie kopen we 2 varkenspoten uit een emmer. Vers vanmiddag geschoten. In het pikkedonker vinden we onze weg terug naar de boot. Daar eten we ons avondeten en gaan vroeg naar bed.

Woensdag 6 juli
Vanochtend zijn we weer bij de Yanomami’s geweest. Ze leiden ons door het dorp en lieten hun huizen zien. Een houten palen constructie met daartussen modder dat gehard is. De daken zijn van palmbladeren en zijn helemaal waterdicht. Elk huis heeft zijn eigen vuur dat gewoon binnen brand en nooit uitgaat. Dit heeft een aantal voordelen. Het roet maakt de daken nog meer waterdicht en de rook houdt de muskieten op een afstand. Daarnaast blijft het in frisse nachten lekker warm binnen. Er wordt dus ook binnen gekookt. In elk huis hangen hangmatten waar de indianen in slapen.

In dit dorp maakt elk huis zijn eigen handelsproduct. Denk aan gevlochten manden van riet, magnok persers, armbanden van veren en kralen enz. Wij kopen een gevlochten mand en een magnok pers. Deze laatste wordt gebruikt om het giftige sap uit het magnok pulp te persen zodat de rest gebruikt kan worden voor het bakken van magnok koeken.

We mogen met de indianen mee bananen plukken. Met een bootje varen we naar een akker, aan de andere kant van de rivier. De techniek die we eerder deze reis gezien hebben komen we ook hier weer tegen. Een stuk woud wordt gekapt en de grond in brand gestoken. Op de kale verbrande grond worden gewassen geplant. Hier groeien tabaksplanten, magnok en bananenbomen. Een indiaan kapt flink wat bananen van de boom en hakt de boom direct om. Wij nemen heel wat bananen mee op de boot en genieten er later elke dag van. Verse banaan, gebakken banaan, gekookte banaan, banaan op de barbecue, bananensap, gezouten banaan, bananenkoeken enz. We nemen afscheid van de indianen en gaan weer op pad met de Yguana.

Zoals we op veel dagen doen lezen we ’s middags een boek, schrijven wat in het dagboek of liggen bovendeks wat te genieten van de zon. Verder valt er om je heen zoveel te zien dat je je nauwelijks kunt vervelen.

Tot nu toe hebben we het weer echt mee. We hebben niets te klagen. Elke dag hebben we zon en slechts heel af en toe een bui. Dat is echt mazzel hebben want het is hier regenseizoen!

Aan het einde van de middag is het zover. De boot draait de Casiquiare rivier op. Deze rivier is beroemd geworden omdat hij 2 kanten op kan stromen en de verbindingsrivier is tussen de Orinoco en de Rio Negro -> Amazone is. Het water stroomt nu richting de Rio Negro omdat het regenseizoen in Venezuela is. Het water is hier daarom hoger dan in Brazilië en we hebben de stroming dus mee.

De Casiquiare is een stuk smaller dan de Orinoco. Als we weer op het midden varen kun je beide kanten goed zien. We merken dat er direct meer muggen en muskieten zijn. Daar zullen we wel nooit aan wennen. Volgens Lucho valt het enorm mee. In mei en juni is het nog veel erger. Marijke heeft er niet zoveel last van en Jeroen ook niet zo. Ronald en Arno worden lek gestoken. Lange broek en lange mouwen zijn een vereiste! Mark, de Amerikaan wordt helemaal lek gestoken. Overmatig alcoholgebruik en wat kilootjes te zwaar doen je al snel zweten. Daar zijn de muskieten dol op! Hij is werkelijk binnen dagen bedekt met honderden bultjes.
De locals hebben wel de bloedpuntjes maar het worden geen jeukende bultjes. Blijkbaar hebben ze na al die honderden bulten antistoffen in hun bloed.
Met lange pijpen, lange mouwen, sokken en DEET muggenspul is het aantal prikken redelijk in bedwang te houden. Het schijnt dat babyolie gemixt met Vitamine B (het poeder van gestampte pillen of uit de ampullen) ook een wondermiddel is tegen de muggen. Als je al een aantal weken Vitamine B slikt schijnt het ook te helpen. Heel erg veel bananen eten dus!!!
Krabbelen is niet echt een goed plan. Een ontsteking is gegarandeerd en de wondjes gaan voorlopig niet meer dicht. Om de jeuk tijdelijk te verlichten is tijgerbalsem ideaal. Smeer het op de muggenbulten voordat je gaat slapen en je hebt nergens last van.
De ventilator houdt ’s nachts de muggen op afstand.
v. Humboldt en O’Hanlon hadden dat allemaal niet… Die moeten gek geworden zijn in hun open bongo’s!

’s Avonds laat, lang na zonsondergang legt de boot aan, dichtbij de kant. Hier overnachten we. Vele kilometers verwijderd van alles. Alleen regenwoud om ons heen en geluiden van dieren.

Donderdag 7 juli
In de ochtend gaan we met de snelle boot op pad. We gaan naar een lagune. Wat we daar precies van moeten verwachten is mij ook een raadsel. We varen een flink stuk vooruit en slaan af naar wat lijkt een andere rivier te zijn. Direct in het begin legt Lucho de boot stil en zet de motor af. Enkele seconden later komt de eerste dolfijn boven. Pffff, hffff! Blaast het water uit de luchtpijp en zuigt nieuwe lucht naar binnen. Steeds komen de ruggen van de dolfijnen boven. Het is moeilijk te zeggen hoeveel het er nou zijn. Ik schat een stuk of 10. We liggen zeker 10 minuten stil en bewonderen de dolfijnen. Hierna varen we verder. Flink wat vogels vliegen verschrikt op uit de bomen langs de waterkant. Er zitten mooie tussen. Spierwitte, blauwe en veelgekleurde.

Na zo’n 5 minuten varen komen we uit op een enorm groot meer… de lagune. Helemaal omringt door regenwoud en ver van de vaarroute. Hier komt echt zelden iemand. Het water staat nu zo’n 3 meter hoog, maar in het droogseizoen is hier per boot nauwelijks te komen omdat het water dan erg laag staat. Het moet dan een groot moeras zijn met nog veel meer vogels, vissen, kaaimannen en meer. De rust is hier onbeschrijfelijk. Helemaal niets op af en toe het gezucht van een dolfijn na.

Donderdagmiddag zetten we de familie van de 2e stuurman af bij hun eigen huis. Ze wonen mooi op de punt van een landtong, waar juist de monding een zijrivier is. Het is er prachtig want er vliegen duizenden vlinders. Bijna allemaal gele en een paar oranje. Marijke en Ronald nemen een duik in het snelstromende water. Lekker verkoelend, maar ze moeten dit wel bekopen met flink wat muskietenbeten. Ach, wat deert het.
De stroming is spannend, het zonnetje schijnt, de vlinders geven een zomers gevoel en de dolfijnen zwemmen op een 10-tal meters.

Aan het einde van de middag leggen we wederom aan bij een Yanomami dorp. We zien hier direct al vanaf de boot dat deze indianen nog veel primitiever leven dan in het dorp van gisteren. Dit ligt ook nog verder van de bewoonde wereld. Zowel de mannen als de vrouwen lopen met ontbloot bovenlichaam. De mannen dragen een korte broek of slip en de vrouwen alleen een rokje. De kledingstukken zijn voornamelijk rood. De favoriete kleur van de Yanomami’s zoals in verschillende boeken te lezen valt. De 2 vrouwen van het opperhoofd dragen verder kettingen en blauwe en gele enkelbandjes.
Eenmaal aan wal gekomen is de verbazing hier nog groter dan in het andere dorp. Een grote groep met indianen staat ons te bewonderen.

De Amerikaan trekt al snel zijn fototoestel en wil foto’s maken. De indianen geven met heftige gebaren aan dit niet te willen. Dit wisten we vooraf al. Jammer dat Mark het toch niet kon laten. De Yanomami geloven dat een foto een stukje van de ziel wegneemt. Vandaar dat ze liever niet gefotografeerd willen worden. Vreemd blijft wel dat na betaling dat geloof opeens komt te vervallen. We ontmoeten het opperhoofd van het dorp en maken kennis.
Onze kapitein Lucho gaat samen met het opperhoofd apart zitten en ze onderhandelen over de prijs voor het nemen van foto’s. Het aanbod is als volgt: 100.000 bolivars = 30 euro voor het fotograferen en 300.000 bolivars = 90 euro voor een dans van iedereen uit het gehele dorp, morgenochtend.
We balen wat van de prijs. Dit neemt toch iets van de charme weg. We hadden gedacht nog als in de oude dagen met pruimtabak, spiegeltjes, kammetjes, vishaakjes, vissnoer en kralen de indianen te overtuigen. Dit was tot voor kort ook het geval, totdat de filmploegen hier kwamen en veel geld boden om de indianen over te halen hen te mogen filmen. Zeer incidenteel gaan leden van de stam naar de grote plaatsen om hier de hoognodige zaken als medicijnen te halen. Hier hebben ze inderdaad geld voor nodig.

We zijn een eind gekomen om deze indianen te zien. Hen beschilderd en gewapend te zien dansen lijkt ons wel erg speciaal. Er komt geen 2e kans. Na wat onderhandelen krijgen we een totaalprijs van 300.000 bolivars welke we door 5 delen.

We nemen nog wat foto’s, ondanks de vallende duisternis. We spreken af morgenochtend om 7 uur klaar te staan voor de dans, en nemen afscheid.

Vrijdag 8 juli
Om 7 uur stortregent het. Alle dagen mooi weer en juist vandaag komt het met emmers tegelijk uit de hemel. 15 seconden is voldoende om volledig doorweekt te raken. We besluiten om eerst maar gaan te ontbijten en sturen een boodschap naar het dorp. Ook zij wachten liever op droog weer. Na het eten blijft het echter regenen. We wachten onze kans af en lezen intussen wat. Om 10 uur besluiten we het erop te wagen. Slechts wat miezerregen komt nu naar beneden. In het dorp roept het opperhoofd ons bij zich. We zien dat hij en de anderen in zijn hut beschilderd zijn met rode verf. Strepen, golflijnen, veren, enkel- en armbanden, pijlen, bogen, korte stro rokjes en stokjes door neus en onderlip bij de vrouwen. Het ziet er indrukwekend uit.

Het opperhoofd roept iedereen op zich te verzamelen onder een afdak. Onder luid krijgsgejoel start het kleinste en jongste kind een slinger, gevolgd door alle kinderen, mannen en vrouwen. De mannen met speren en bogen, de vrouwen met de jongste kinderen. Een hele ronde om het ovale plein en de mannen ook een 2e ronde. Dan valt de regen weer met bakken uit de hemel en vlucht iedereen onder het afdak. Regendans gelukt zullen we maar denken.

Het opperhoofd improviseert en vraagt of we het vrouwenlied willen horen. Uiteraard.
De vrouwen pakken elkaar bij de schouders in verschillende groepen, veelal op leeftijd. Een vrouw begint met een gezang en de rest doet haar na. Iedere vrouw komt aan de beurt. Het duurt heel lang en zorgt af en toe voor hilariteit onder de indianen zelf. Blijkbaar zingen ze een tekst. Wij kunnen hem in ieder geval niet verstaan. De show is over. Het is niet helemaal wat we ervan gehoopt hadden. Gooide de regen alles in de war of was dit een gemakkelijke manier om toeristen van hun geld af te helpen? Het zal altijd wel de vraag blijven. Ik ben blij de Yanomami in volle beschildering gezien te hebben. Absoluut een unieke ervaring.

Het is zeer de vraag hoelang deze indianen nog zo zullen blijven leven. De westerse wereld rukt op en ligt vanaf hier op 2 dagen varen. Met een buitenboord motor en snelle boot kan het in een dag. Daar is alles te koop. Via het toerisme komen de indianen in aanraking met geld en ze zien hoe “gemakkelijk” het is om geld te vragen, en te krijgen. Het zal niet langer dan een jaar of 2, 3 duren totdat ook deze indianen in lange broeken en shirts lopen. Een wandeltocht van dagen tot diep in de jungle van de Amazone zal dan nodig zijn om de dan nog echte traditionele Yanomami indianen te zien. Een tocht die voor ons Westerlingen vrijwel onmogelijk is.

We gaan terug naar de boot om te lunchen en besluiten te gaan Piranha vissen. Met het motorbootje gaan Marijke, Ronald, Jeroen, Lucho, 2 Yanomami’s en ik op pad. Na 10 minuten varen hebben we een mooi plekje gevonden en gooien onze lijnen uit. 15 minuten later… nog niets gevangen. Gelukkig vermaken we ons met het kijken naar de dolfijnen die in grote getale gekomen zijn om de piranha’s te verjagen. Er wordt gezegd dat als er dolfijnen in de buurt zijn, het veilig is om te zwemmen omdat er dan geen piranha’s in de buurt zijn. Met dolfijnen in de buurt is het dus slecht vissen.
We zoeken een plekje 3 minuten verderop maar hebben ook daar geen succes. Balen want we zouden graag eens wat Piranha’s vangen, van dichtbij bekijken en opeten.

Het is laat in de middag als we vertrekken met de Iguana. Veel later dan gepland. Waar we eigenlijk morgenochtend in San Carlos zouden arriveren, het plaatsje waar de 2 Nederlanders Jeroen en Ronald, en de Amerikaan Mark uitstappen, komen we daar nu pas morgenmiddag aan. ’s Avonds varen we tot lang na zonsondergang door voor we aanleggen voor de overnachting.

Zaterdag 9 juli
We hebben gisteren aangelegd bij een klein dorpje. Het dorp levert ons de gids die ons ’s ochtends begeleid naar een rots langs de rivier. We kunnen deze deels beklimmen. We steken de rivier over en varen de struiken in om het land te bereiken. We klimmen van boord, alles om ons heen is jungle. Verder dan 5 meter kun je niet zien. De gids hakt een pad vrij met z’n machete en we lopen via smalle paadjes, richels en tussen 2 rotswanden door, rond de rots. Leuk om van dichtbij gezien te hebben.

We varen verder en in de middag verlaten we de Casiquiare en varen de Rio Negro op. Het water is enorm donker van kleur, maar wel erg schoon. Je kunt er gewoon van drinken. De indianen doen alles met dit water. Zwemmen, drinken, wassen en koken.
Het voordeel van dit water is ook dat er niet zoveel leven in zit. Er zijn dus ook bijna geen muggen!

Aan het begin van de middag stoppen we bij een militair checkpoint. Voor ons niet zo spannend. Wel spannend is de man die hier in een huisje verderop woont. Vrijwel iedereen aan boord heeft het boek van Redmond O’Hanlon, Tussen de Orinoco en Amazone, gelezen. De gids van Redmonds ontdekkingsreis was de indiaan Chimo. Volgens hemzelf de beste gids van het gebied tussen de Rio Negro en de Orinoco. De man met altijd een pijp in de mond en de dikke buik. Zelfverzekerd en soms wat opschepperig.
Deze man, volgens eigen zeggen op 5 juli 91 jaar geworden, leeft nog steeds en woon dichtbij het militaire checkpoint waar we nu zijn.

Toen we Lucho al eerder op de reis vroegen of hij Chimo kende, was het antwoord uiteraard: “Ja”. Chimo is jarenlang de stuurman geweest op de boot van Lucho’s vader, toen Lucho nog een kind was. Waarschijnlijk dus nog voor de reis van Redmond O’Hanlon.

We lopen naar het huisje van Chimo en zien hem al van ver staan. Een kleine man met een getekend gezicht en dikke buik. We herkennen hem vanwege de foto uit het boek. We mogen binnenkomen en ontmoeten ook zijn vrouw. Nadat we allemaal zitten met een bakkie koffie, rakelt Chimo wat oude verhalen op. Gelukkig kunnen Lucho en Jeroen het e.e.a. verstaan en vertalen het voor ons. Na een bezoek van een half uur gaan we er weer vandoor. Maar niet voordat ik gevraagd heb of Chimo kan schrijven om wat in het boek te zetten. De kans is niet zo groot… nee. Chimo kan zelfs geen handtekening zetten.

We lopen terug en bij het kantoor van de militairen vraagt Chimo me te wachten. Hij pakt het inktdoosje dat de militairen gebruiken om stempels mee te zetten en ik begrijp wat hij wil. Ik doe het boek open, Chimo drukt zijn duimen in de inkt en zet 2 mooie duimafdrukken op de 1e pagina van het boek.
Zo, die is uniek. Niemand kan zeggen dat hij z’n boek heeft laten beduimen door Chimo ;-)

Rond 16.00 uur komen we aan in San Carlos. Onder luid gejuich en met knallend vuurwerk worden we door een 100-tal mensen onthaald in de haven. Ze denken dat we Liborio, de gouverneur van de staat Amazonas zijn. Een van de gouverneurs van president Chavez en dus een belangrijk man. Als blijkt dat wij Liborio niet zijn wordt Lucho omgedoopt tot ambassadeur van het toerisme door de man achter de microfoon.

Nog geen 5 minuten later komen zo’n 10 speedbootjes aangevaren en stapt Liborio op een afstandje van nog geen 30 meter van ons aan de wal. Over een aantal weken zijn hier de gouverneur verkiezingen en dus komt hij hier om stemmen te winnen.

Tijdens de uitgebreide ceremonie vraagt Lucho aan Marijke en mij of we in Puerto Ayacucho, zo’n 8 dagen varen terug, een stempel in onze paspoorten gehaald hebben. Wij weten van niets. Nee dus. Hij kijkt bezorgd, grijpt naar z’n hoofd en mompelt: “Ay ay ay, big problem”. Wij vragen hem wat hij bedoelt en hij vertelt dat we in Puerto Ayacucho een stempen hadden moeten halen bij de Immigratiedienst om het land weer te mogen verlaten. Hij en Natalia hadden ons dit moeten vertellen maar ze hebben er niet aan gedacht.

In onze paspoorten staat inderdaad een stempel met datum van binnenkomst. Wij dachten dat we de stempel, voor het verlaten van het land, aan de grens zouden krijgen. Omdat dit zo’n verlaten gebied is hadden we deze al, 8 dagen varen terug, in Puerto Ayacucho moeten halen. Wij denken dat we er wel mee weg zullen komen, maar dan horen we dat 2 Duitsers bij de Braziliaanse grens weggestuurd zijn. En dat pas 2 dagen geleden! Ze mochten zonder de stempel dat ze Venezuela verlaten hadden, Brazilië niet in.

Nu hebben we dus echt een probleem. Terugvliegen naar Puerto Ayacucho kan pas op maandag en terugkomen op vrijdag. Dat is veel te laat! Onze vlucht uit Sao Gabriel vertrekt dinsdag al.

De Colombianen, aan de andere kant van de rivier, omkomen voor stempels zou wel eens kunnen werken denken we. Lucho vaart naar de andere kant van de rivier om het te vragen. Ze zijn zo omgekocht maar hun stempels zijn ook een aantal dagen varen terug. Geen optie dus.

Hier bleek maar weer eens dat Lucho iedereen langs deze rivieren kent. De gouverneur, Liborio, is in het stadje, samen met een beroemd radio journalist / dj. Beiden zeer invloedrijke mannen. Na heel de avond geregel heeft Lucho het volgende geregeld.
De gouverneur heeft met Puerto Ayacucho gebeld en de vrouw gesproken die de stempels kan zetten. Zij wil op zondag naar het immigratiebureau komen. De radio journalist vliegt op zondag met de gouverneur terug naar Puerto Ayacucho en neemt onze paspoorten mee. Hij geeft deze aan de zus van Lucho die er mee naar het centrum gaat om de stempels te laten zetten. Maandagochtend komt er een vliegtuig terug naar San Carlos en de piloot neemt de paspoorten mee.
De Iguana vertrekt hier op maandagochtend. Een bemanningslid blijft in San Carlos achter met de snelle boot, ontvangt de paspoorten en komt ons achterna gevaren. Net voor het verlaten van Venezuela zou hij er moeten zijn met de paspoorten.
Hierna varen we heel de verdere dag en nacht door en zouden net op tijd in Sao Gabriel de Cachoeira moeten zijn om ons vliegtuig te halen.

Een heel gepuzzel, risicovol, maar in theorie het beste plan. Als tegenprestatie komt de radio journalist ’s avonds eten. Hij heeft wat collega’s meegenomen en we barbecuen tot diep in de nacht.
Morgenochtend komt de gouverneur persoonlijk ook even een hapje eten. Hij en zijn 10 stafleden komen ontbijten op de boot. Zo werkt dat hier dus. Lucho kent en speelt het spel perfect en krijgt zo dit alles geregeld. Wat een topvent. Nu maar hopen dat morgen en overmorgen alles goed gaat…

Zondag 10 juli
De gouverneur komt ontbijten met z’n hele gevolg. Met 11 in totaal. Ze zijn er al vroeg en vertrekken al weer snel. Een echt bliksembezoek. Onze paspoorten hebben we meegegeven aan de radioverslaggever. Later op de dag horen we dat Lucho’s zus de paspoorten heeft ontvangen. Mooi, zijn ze in ieder geval in goede handen. Ze worden echter i.p.v. vandaag, pas morgenochtend gestempeld. Dit kan omdat het vliegtuig pas om 13.00 uur vliegt i.p.v. 07.00 uur. Een aantal politici hebben het vliegtuig ’s morgens nodig. Ik heb er nu nog geen kijk op in hoeverre dat ons plan van morgen verandert.

De rest van de ochtend en begin van de middag gebruiken we om een rondje door het dorp te maken. We willen graag bellen maar 2 telefoons doen het niet en bij 2 andere mogen we niet bellen.

’s Middags varen we een half uurtje verder en leggen we aan bij een strandje. Het slechte weer van vanochtend is veranderd in een aangenaam zonnetje. We zwemmen wat en relaxen in het water. Aan het einde van de middag varen we terug naar San Carlos en eten daar. Martijn en Jeroen komen nog even gedag zeggen. Zij pakken hier morgenochtend het vliegtuig en slapen vannacht ergens anders. Het is al snel 23.00 uur voor we ons bed induiken.

Maandag 11 juli
Om 8 uur ontbijten we. We zijn helemaal gewent aan het vroege opstaan. ’s Middags vaak even een dutje doen en ’s avonds vroeg naar bed. Vandaag gaat ook Mark, de Amerikaan, er vandoor. Zijn vliegtuig vertrekt om 10.00 uur. Dezelfde vlucht als Jeroen en Ronald. Een taxi was voor Mark niet echt een optie dus hebben ze een kleine vrachtwagen laten komen. Daar past hij wel in.

Het blijft dat er aan boord van de boot een satelliettelefoon is en we dus aan boord kunnen bellen. Wel 2 dollar per minuut. We bellen onze ouders en geven het nummer door. Kunnen zij ons direct terugbellen. Dat is veel goedkoper. Leuk om hen na zo’n lange tijd weer te horen. Helemaal enthousiast over onze verhalen.
We bellen ook Olaf en hij reageert erg enthousiast. Hij vraagt honderduit naar de reis, de boot en hoe we het vinden. Alles positief!

Voor ons begint het lange wachten weer op bericht van onze paspoorten. Na wat heen en weer gebel blijkt dat een andere kandidaat voor het gouverneurschap deze kant op komt en de paspoorten meeneemt. Wij vertrekken met de Iguana rond 12.00 uur. Alexi, Goyo en stuurman nr 1 blijven achter met de snelle boot om op onze paspoorten te wachten. Wij proberen te ontspannen maar dat lukt toch niet helemaal. Komt het allemaal goed?

Om 16.00 uur zien we de snelle boot naderen. Ze hebben de paspoorten bij zich! We openen ze en zien de stempels. Blijdschap... totdat... we de datum op de stempels zien. 13 juli... Het is vandaag de 11e en we gaan vandaag al Venezuela uit en Brazilië in. Als ze daar maar niet moeilijk over gaan doen.

Tegen het vallen van de avond, zo rond 17.30 uur passeren we de Venezuelaanse grens. 1 militair in korte broek en hemd, uiteraard met geweer wat een erg raar gezicht is, komt aan boord. Hij checkt vluchtig de boot en stempelt Lucho’s papieren. We mogen verder. Een half uur later komen we bij de Braziliaanse grens. Het is nog net licht. We moeten allemaal van boord en onze paspoorten worden gecontroleerd. Dit neemt zo’n kwartier in beslag. Hierna komen 6 militairen aan boord met volle uitrusting, met geweer, en checken echt alles. Alle hutten, keuken, toiletten, machinekamer en alle tassen moeten binnenste buiten. Smokkelen is hier niet echt een optie. Begrijpelijk want Brazilië, Venezuela en ook het cocaïne rijke Colombia liggen hier naast elkaar. Een 3-landenpunt. Alles is gelukkig in orde. We denken dat we er zijn met de paspoorten... maar moeten ook nog langs een kantoor van de immigratiedienst.

Dit kantoor geeft ons nog geen stempels, maar doen gewoon een eerste check voordat we überhaupt door mogen varen naar Sao Gabriel de Cachoera. In het kantoortje worden onze paspoorten gecheckt en onze namen genoteerd. Na deze check worden de paspoorten nog eens bekeken, nu door een andere man. Deze ziet de verkeerde datum op de stempel staan en maakt problemen. De stempel is fout, en dus mogen we niet verder. We leggen uit wat voor moeite we hebben gedaan om deze stempels te krijgen en dat het toch niet zo kan zijn dat we door een menselijke fout het land niet in mogen en dus al onze vluchten missen. De man is niet bereid om mee te denken en/of te helpen. Hij heeft er zichtbaar plezier in om ons zo wanhopig te zien kijken. Als we zeggen dat we door willen varen naar Sao Gabriel de Cachoeira en daar zullen wachten tot de 14e met naar het migratiebureau te gaan, stemt hij eindelijk in. Hij zegt het kantoor te bellen zodat hij er zeker van is. Whatever. We mogen door en vertrekken snel. Dit heeft ons al 2 uur teveel gekost en we zitten al in tijdnood.

Bij de boot aangekomen kunnen we door de hoge spekgladde kleiwand bijna niet op het schip komen. Zo’n 10 militairen staan stom te kijken en wat te gniffelen. Ze steken geen hand uit om vrouw of kinderen te helpen. Natalia glijdt uit en komt lelijk ten val. Lachen natuurlijk vinden de stoere jongens op de wal. Eenmaal op de boot gaan we er snel vandoor. Blij dat we na al dat gediscussieer in ieder geval door mogen varen.

Marijke, Lucho, Natalia en ik bespreken onze opties. Zij kennen een belangrijk politiek man in S.G.D.C. Bellen we hem voor hulp? Ik opper om Martijn in Sao Paulo te bellen en hem eventueel contact op te laten nemen met de NL ambassade. Misschien kunnen zij iets doen?

Als we proberen te bellen blijkt de satelliettelefoon het alleen in Venezuela te doen. Wij varen ondertussen in Brazilië. We kunnen niets anders doen dan wachten tot morgen. De boot vaart vannacht door. Iedereen die geen dienst heeft gaat vroeg slapen. Ik scheer me voor het eerst in 10 dagen zodat we er morgen piekfijn uitzien. Om 21.00 uur liggen we al te slapen.

Dinsdag 12 juli
Na voor het eerst slecht geslapen te hebben, zijn we al om 6 uur wakker. Bij het toilet kom ik Lucho tegen. Ook hij heeft slecht geslapen en liggen piekeren. Hij en Natalia trekken zich dit probleem echt aan en doen alles om te helpen. Het zijn echt superaardige mensen.

Ik wil nog even naar bed maar Lucho wil dat we over 10 minuten al klaarstaan voor vertrek. We gaan het laatste stuk met de snelle boot. Gelukkig hebben Marijke en ik gisteren al onze spullen gepakt en staan dus zo klaar. We moeten haast maken en het afscheid is dus kort. We zoenen Natalia gedag en bedanken de crew. Lucho en Kapitein Eenoog zitten al in de snelle boot. Lucho vaart en Gulio staat voorop en wijst ons om de kolken en rotsen heen. Een niet ongevaarlijk stuk, zeker op volle snelheid. We zouden bijna vergeten om ons heen te kijken en te genieten van dit laatste stukje boottocht. De rivier heeft hier veel meer eilandjes en huisjes langs het water. Een aantal prachtige lange witte stranden liggen langs het water. Bij laagwater schijnt dit nog veel mooier te zijn. We vinden het jammer dat we dit stuk zo gehaast af moeten leggen. Dit waren nog 2 supermooie dagen geweest!

We hebben nogal wat tijd nodig om S.G.D.C. te bereiken. Het is al 8 uur voordat we er zijn. We proberen de politieke vriend te bellen maar hij neemt niet op. De ambassade is te kort dag. We besluiten naar de immigratiedienst te gaan en hopen dat we geluk hebben.

Gespeeld ontspannen, opgewekt en lachend stappen we binnen. Het is nog vroeg en we hopen dat die vervelende vent van gisteren nog niet heeft gebeld. We geven onze paspoorten en praten honderduit. Vrolijk, lachend en steeds de aandacht van de 2 ambtenaren vragend als ze serieus naar de paspoorten willen kijken. Uiteindelijk werpen ze door ons geouwehoer slechts een vluchtige blik op de stempels en direct verleg ik de aandacht naar de inentingsboekjes voor gele koorts. Ze trappen erin! Zonder problemen vullen ze de formulieren in en zetten de stempels in onze paspoorten. Wij pakken de paspoorten en lopen snel naar buiten. 8.10 uur. Horen we daar binnen de telefoon rinkelen? We duiken een taxi in en gaan er vandoor.

Opgelucht, blij en schouderkloppend gaan we op naar het vliegveld. Lucho is echt enorm blij dat deze ellende voorbij is. Achteraf gezien was het best een spannend avontuur. Zeker nu het zo goed is afgelopen. We hebben er een hoop van geleerd en dat kan ons alleen maar helpen bij volgende reizen.

Bij het vliegveld aangekomen nemen we ook afscheid van Lucho. Gelukkig is die eeuwige lach terug op zijn gezicht. Even snel nog op de foto.
Op het vliegveld laten we de tassen doorzoeken en checken we in. De paspoortcontrole is slechts een formaliteit nu we de stempels hebben. We ontbijten wat en vliegen om 09.45 uur in een vliegtuigje met zo’n 30 zitplaatsen, en aan beide zijden een propeller, naar Manaus. Om 12.30 uur komen we daar aan en willen direct inchecken voor onze volgende vlucht. Dan blijkt echter dat we op een ander vliegveld moeten zijn. We pakken een taxi en zijn er gelukkig binnen 5 minuten. We hebben zelfs nog tijd om even de familie en vrienden te mailen.
Om 14.15 uur stijgen we op van Manaus richting Recife. Helaas maken we 4 tussenlandingen in Santarem, Belem, Sao Luis en Fortaleza. Een lange zit.

’s Avonds om 23.00 uur landen we in Recife. Een reisagent staat al te wachten en brengt ons naar ons vervoer richting Porto de Galinhas, zo’n 60 kilometer onder Recife. Na een uurtje rijden in het pikkedonker komen we rond 24.00 uur aan bij onze lodge. Het ziet er van buitenaf direct al piekfijn uit. Overal palmbomen en sfeervolle schemerlichten. Rieten daken en we horen de oceaan al. We checken in en worden door 2 heren naar onze kamer gebracht. Een 2 onder 1 dak kamer is van ons. Een kamer met overal schilderijen en houtsnijwerken van vlinders aan de muur. Het ziet er heel sfeervol uit. Als we de deuren naar ons terras openslaan zien we de oceaan op zo’n 30 meter. Prachtig.

In de kamer staat op ons nachtkastje een fruitschaal met een flesje wijn en 2 glazen. Er zit een briefje bij met daarop excuses voor het ongemak. Het probleem wordt zo snel mogelijk verholpen. We lopen de kamer en badkamer nog eens rond maar kunnen niets bijzonders ontdekken. Moe gaan we naar bed en vallen direct in slaap.

Woensdag 13 juli
Om 09.00 uur worden we wakker en liggen nog wat na te dromen. Rond 09.30 uur gaan we douchen. Voor het eerst in 14 dagen weer een warme douche!!! Heerlijk. We soppen ons helemaal in en worden lekker goed schoon. Rond 10.15 uur gaan we ontbijten. Ziet er goed uit. Veel fruit en verschillende soorten broodjes. Lekker hoor. Na het ontbijt vragen we of er ook een massageservice is. Die is er. Op een kaart met beschrijvingen van verschillende massages en de prijzen, kiezen we direct 6 massages uit. Omgerekend zo’n 15 euro voor een uur massage. Morgen, vrijdag en zaterdag hebben we beiden sessies gepland staan.

Bij de receptie vragen we hoelang het lopen is over het strand naar Porto de Galinhas. Zo’n 20 minuten vertelt de medewerker ons. We besluiten te gaan lopen naar het dorpje. Het strand ziet er perfect uit. Mooie witte stranden, palmbomen, schoon zand en water. Echt een paradijsje. Jammer dat de wandeling naar het dorpje bijna 1 uur en 20 minuten lopen was ipv 20 minuten. Lekker voor de conditie, alleen kwamen we nu wat laat aan en waren al heel wat winkeltjes gesloten voor de siësta. We struinen wat door het dorpje en proberen geld te pinnen. Stroomuitval zorgt ervoor dat we 2 uur lang nergens geld kunnen krijgen. We bellen met de mobiel in de tussentijd mijn ouders en broer, m’n andere broer en Marijke’s zus. Gelukkig vinden we Cola en M&M’s! Met nog net voldoende geld voor de taxi laten we ons bij de lodge afzetten waar we ’s middags nog even op het strand liggen.

Bij de receptie kunnen we met de creditcard geld krijgen en dus gaan we ’s avonds uit eten in Porto de Galinhas. We doen daar ook wat boodschappen en zijn rond 22.00 uur weer in de kamer waar we tot laat relax een filmpje kijken.

Donderdag 14 juli
Om 10.30 uur is de masseuse er en krijgen we beiden een heerlijk massage van een uur. Dat konden we wel gebruiken.

We gaan wederom naar Porto de Galinhas. Lunchen wat en wandelen het dorpje door. In een leuk zaakje waar ze schilderijen verkopen, kopen we 3 felgekleurde, moderne kunstwerken. We zoeken wat naar souvenirs en liggen ’s middags wederom om het strand. Een heerlijk relaxte dag. Echt lekker om bij te komen van de lange reis en alle indrukken eens rustig op ons in te laten werken.

Vandaag kregen we te horen waarom we de fruitschaal met wijn en excuusbrief gekregen hebben. De douchewand ontbrak in onze badkamer. Een vorige gast had hem eruit gelopen. Na 14 dagen voor het eerst weer eens warm gedoucht te hebben, hebben Marijke en ik het niet eens in de gaten gehad!

’s Avonds eten we weer in Porto de Galinhas. Een gezellig restaurantje met live muziek. We krijgen beiden een heerlijk stukje vlees. Lekker hoor!

Vrijdag 15 juli
Vandaag is de voorlaatste dag van de reis. Ongemerkt denk je dan toch al veel aan thuis, de dingen die je weer moet gaan doen. Daarnaast denken we aan de afgelopen 3 fantastische weken. We hebben zoveel beleefd. De tijd is enorm snel gegaan.

Na het ontbijt vertrekken we alweer naar het dorpje. Het is daar zo leuk! We gaan maar kort en kopen in hetzelfde winkeltje als de vorige keer nog 4(!) schilderijen. Ze zijn hier in vergelijking met Nederland absoluut niet duur en erg leuk!

’s Middags liggen we op het strand en van 16.00 tot 18.00 uur laten we ons weer masseren.

’s Avonds eten we in het restaurant van de lodge en maken daarna nog een strandwandelingetje.

Zaterdag 16 juli
Vandaag is het zover. De laatste dag.
Van 10 tot 12 worden we gemasseerd en liggen tot 14.30 uur in de zon op het strand. Gelukkig mogen we onze spullen in een ander appartement leggen waar we net voordat we weg gaan nog even kunnen douchen.
Van 15.00 tot 16.00 zijn we nog in Porto de Galinhas om de laatste souvenirs te kopen. We nemen een douche en om 16.30 uur worden we opgehaald voor de rit naar het vliegveld.

Op het vliegveld laten we onze schilderijen in plastic verpakken zodat deze de reis ongeschonden doorkomen.

20.00 uur vertrekken we vanaf de luchthaven van Recife. Bedroefd omdat het er alweer opzit. Blij omdat het een fantastische reis was.


Zondag 17 juli
Om 7 uur plaatselijke tijd landen we in Lissabon waar we moeten rennen voor ons vliegtuig naar Amsterdam. Wij en de bagage halen het net.

Het vliegtuig land om 11.15 op Schiphol. De schilderijen zien er prima uit. Annelies en Martijn komen ons ophalen. We zijn nog wat duf van de reis en het weinige slapen onderweg. We doen het de rest van de dag rustig aan. Bellen ouders en broers die allen op vakantie zijn en proberen de hele dag wakker te blijven.

’s Avonds belt Olaf. Reuze benieuwd hoe het geweest is. We praten een kwartiertje maar m’n ogen vallen bijna dicht. Ik beloof hem morgen te bellen en uitgeput gaan Marijke en ik naar bed. Marijke moet morgen alweer werken. Ik ben nog 1 dag vrij en heb mezelf tot taak gesteld alle 630 foto’s te sorteren en een selectie te maken van de foto’s die we aan iedereen willen laten zien. Het doel is zo’n 200 foto’s. Het worden er uiteindelijk 440...

3 Comments:

Anonymous Patrick said...

Arno,

Superverslag!
Mooie foto's!

woensdag, mei 10, 2006 5:10:00 p.m.  
Anonymous Anoniem said...

Heel mooie reis en prachtige pagina met fotos

woensdag, april 18, 2007 8:10:00 p.m.  
Anonymous Anoniem said...

Prachtig!!! groetjes Theo http://choroni.nl

woensdag, april 18, 2007 8:12:00 p.m.  

Een reactie plaatsen

<< Home